Organisatie op school

 
         
logo Twents Carmel College
Twents Carmel College

Driehoek regio
Noordoost-Twente

 
 

GTLib in de praktijk

Het Twents Carmel College laat zien hoe zij op hun school het project GTLib in de praktijk brengen.
Hierbij komen achtereenvolgens aan de orde:

  1. Wat is GTLib op het Twents Carmel College?
  2. Keuzevrijheid leerlingen
  3. Met welke klassen doet het TCC mee aan GTLib?
  4. Wat merken de leerlingen ervan?
  5. Het GTLib-team
  6. Randvoorwaarden
  7. Faciliteiten/kosten t.b.v. ontwikkeling
  gebouw Twents Carmel College  
 

1. Wat is GTLib op het Twents Carmel College?

De afdeling Theoretische Gemengde Leerweg wordt TGLplus

Onze afdeling Theoretisch Gemengde Leerweg verandert de komende jaren. Alle bovenbouwleerlingen uit deze leerweg volgen in de toekomst TGLplus. In augustus 2007 zijn twee derde klassen met dit nieuwe concept gestart. Twee jaar later kennen we geen onderscheid meer en werken alle leerlingen volgens TGLplus.


Binnen TGLplus wordt nadrukkelijk gewerkt aan:

  • het creëren van een realistisch zelfbeeld
  • toenemende zelfstandigheid van de leerlingen
  • verhelderen van het beroepsbeeld

    De tutor heeft, als begeleider van een groep leerlingen, binnen TGLplus een centrale rol. Tijdens korte contactmomenten zal hij de leerlingen meerdere keren per week ontmoeten. Er zal dan nadrukkelijk gesproken worden over het plannen (hoe gaat de leerling om met de werkleertijd), de houding van de leerling ("spiegelend"; hoe staat hij in het leerproces), over de studievoortgang en de (door)ontwikkeling van de competenties.
    Bovendien gaan de algemeen vormende vakken, in het lesrooster, werken met korte instructiemomenten van 30 minuten; kennisoverdracht staat hier centraal. Verder brengen de leerlingen een deel van de week door in de werkleerruimte. In deze ruimte plant de leerling, aan de hand van studiewijzers, zijn werk en/of opdrachten.
    Bij het vak beroepsgericht (intersectoraal) werken leerlingen, in groepen gedurende zo'n zeven weken, aan een project. Er wordt kennisgemaakt met verschillende beroepssectoren door contextrijke opdrachten uit te voeren; de opdrachtgevers komen bij voorkeur uit het bedrijfsleven. Ieder project moet leiden tot een praktisch bruikbaar product.

  •      
       

    2. Keuzevrijheid leerlingen

    In ons eerste jaar (2007-2008) zullen we voor wat betreft de projectkeuze voornamelijk sturend zijn. De leerlingen starten met aangereikte projecten; gaandeweg zal er meer keuzevrijheid voor de leerlingen ontstaan.
    We willen leerlingen heel graag de mogelijkheid bieden om naast de projecten praktische cursussen te volgen binnen de praktijkafdelingen binnen onze school. We hopen hiermee aan individuele belangstelling/talentontwikkeling tegemoet te komen. Qua organisatie zal dit nog enige voorbereiding vergen; momenteel zien we nog geen mogelijkheden om groepen TGL-leerlingen vrij de praktische afdelingen in te laten lopen.

         
           

    3. Met welke klassen doet het TCC mee aan GTLib?

    Tabel 1. Totaal aantal klassen in de gemengde en theoretische leerweg in 2007-2008
      Theoretische Gemengde Leerweg
      Aantal klassen Aantal meisjes Aantal jongens Totaal
    Leerjaar 3 9 104 116 220
    Leerjr 4 8 106 113 219
      lokaal 6 juni 2007  
    Tabel 2. Aantal klassen volgens uw GTLib- manier in 2007-2008
    (Hoeveel klassen krijgen les volgens uw GTLib-manier?)
      TGLplus
      Aantal klassen Aantal meisjes Aantal jongens Totaal
    Leerjaar 3 2 29 18 47
    Leerjaar 4 0      
      lokaal 14 juni 2007  
     

    Toelichting

    In de "oude" situatie kenden we in het 3e leerjaar samengestelde klassen binnen de afdeling TGL. In het 4e leerjaar was er wel een splitsing tussen Gemengde en Theoretische leerweg. De leerlingen binnen de GL hadden als beroepsgericht vak: technologie.

    Binnen TGLplus gaan we in beide leerjaren werken met samengestelde klassen. Zowel in leerjaar drie als vier staat voor alle leerlingen het nieuwe (GTLib-)vak "beroepsgericht intersectoraal" op het lesrooster. In het 4e leerjaar is dit vak een extra vak.

    Het vak 'beroepsgericht'
    Leidende gedachte bij het ontwikkelen van lesmateriaal is dat leren in authentieke beroepsgerichte contexten jongeren beter in staat stelt om een verbinding te maken tussen hun persoonlijke kwaliteiten en de mogelijkheden op de regionale arbeidsmarkt en vervolgopleidingen.

    In dit vak leren de leerlingen verschillende beroepssectoren kennen door contextrijke opdrachten te doen, waarbij de opdrachtgever bij voorkeur uit het bedrijfsleven komt. Bij elke opdracht wordt een concreet eindproduct gemaakt. Dit kan zijn een folder, een handleiding, een nieuw apparaat, een spel, enz. Deze opdrachten hebben allemaal de vorm van een project waarvoor de leerlingen gemiddeld zeven weken de tijd hebben. De projecten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • In een project werken leerlingen samen om een eindproduct te maken.
  • Het eindproduct moet op een afgesproken tijdstip klaar zijn.
  • Het eindproduct moet voldoen aan eisen en wensen van de opdrachtgever.
  • Het eindproduct moet praktisch te gebruiken zijn.

    Hoe moeten de leerlingen werken?
    Voor de leerlingen is het belangrijk dat ze leren gestructureerd te werken. Hiervoor is een standaardfasering van de werkzaamheden ontwikkeld. De eerste projecten hebben een duidelijke sturing. Na verloop van tijd (aantal projecten) neemt deze sturing af. Hierbij is de doelstelling dat de leerlingen aan het einde van het vierde leerjaar volledig zelfstandig (als team) aan een project werken.


    Elk project heeft de volgende vijf fases:

    • Introductie - De opdrachtgever vertelt over de context en licht de criteria van het eindproduct toe.
    • Oriëntatie - De leerlingen onderzoeken soortgelijke producten en verdiepen zich in de doelgroep van het eindproduct.
    • Uitvoering – De leerlingen werken aan het op te leveren eindproduct. Belangrijk hierbij is dat na de eerste week een indruk wordt gegeven van het eindproduct (prototype).
    • Oplevering/presentatie – Aan het einde van het project wordt het eindproduct aan de opdrachtgever gegeven (oplevering). Daarnaast moeten leerlingen een presentatie (in de ruime zin van het woord) geven van hun eindproduct.
    • Beoordeling – De beoordeling van het eindproduct bestaat uit twee cijfers. Een cijfer voor het eindproduct en een cijfer voor het proces.

    Voorbeelden van projecten
    Aan het einde van het schooljaar 2006/2007 worden in de klassen 3TG5 en 3TG8 als pilot 6 projecten gedaan. Twee projectgroepen zijn bezig met het ontwikkelen van een reclamecampagne over de gevolgen van alcohol(mis/ge)bruik onder jongeren. Dit is een actueel onderwerp dat past in hun belevingswereld. Hierbij is het doel dat leerlingen medeleerlingen informeren over de schadelijke gevolgen van alcohol. Een andere groep is bezig met ontwikkelen van een handleiding voor het gebruik van een MP3-speler. Hierbij zijn ouderen de doelgroep voor wie deze handleiding wordt geschreven.

    Tijdens deze projecten komen de leerlingen in aanraking met de verschillende beroepssectoren: namelijk met commercie, technologie en dienstverlening. Door hun actieve rol krijgen ze een beter beeld op de beroepsmogelijkheden dan door enquêtes in te vullen achter een beeldscherm. Daarnaast hebben ze enkele belangrijke competenties ontwikkeld die belangrijk zijn voor de vervolgopleidingen.

  •    
         

    4. Wat merken de leerlingen ervan?

         

    'Oude' weekindeling: (gebaseerd op 45 minuten)

    Tijden Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag
    8.30-9.15 keuzevak     mentorles  
    9.15-10.00 wiskunde economie   lo nederlands
    10.00-10.45 keuzevak nederlands engels nederlands nask1
    10.45-11.00 Pauze
    11.00-11.45 technologie wiskunde engels keuzevak biologie
    11.45-12.30 technologie keuzevak biologie levensbeschouwing kunstvakken 1
    12.30-13.00 Pauze
    13.00-13.45 nask1 levensbeschouwing technologie wiskunde engels
    13.45-14.30   keuzevak technologie keuzevak nederlands
    14.30-15.15     economie nask1 lo
       
       

    Toelichting op 'oude weekindeling'

    De oude weekindeling voldeed op zich goed. Om tegemoet te komen aan de uitgangspunten (het creëren van een realistisch zelfbeeld, toenemende zelfstandigheid van de leerlingen en verhelderen van het beroepsbeeld) die we hebben geformuleerd binnen de visie voor het TGL meenden we toch een aantal zaken anders te moeten organiseren.

    We willen leerlingen de mogelijkheid bieden, binnen bepaalde kaders, om eigen keuzes te kunnen maken met betrekking tot schoolwerkzaamheden.
    Het beroepsoriënterende vak technologie, waarbinnen onze school voorloper is geweest, blijft te veel gebonden aan de pc-werkplek. We willen leerlingen meer in aanraking brengen met echte beroepenvelden; ze nu en dan daadwerkelijk praktisch bezig laten zijn.

     
       

    De nieuwe weekindeling → weekindeling 2007-2008

    Binnen TGLplus kiezen we er voor om de instructiemomenten, docentgestuurde lessen, terug te brengen naar 30 minuten. De vrijgekomen tijd wordt door de leerling ingevuld in de werkleerruimte. In deze ruimte werkt de leerling aan zijn studiewijzers.
    Voor het vak bgi, beroepsgericht intersectoraal, werken leerlingen in groepen aan projecten. De projecten zijn opdrachten uit het bedrijfsleven / instellingen etc. De projecten verlopen via een vast stramien en monden uit in een voor de opdrachtgever toepasbaar product.
    De drie tutormomenten zijn bedoeld om de leerling nadrukkelijk te kunnen begeleiden. In de individuele gesprekken zal het plannen en de voortgang binnen de competenties regelmatig aan de orde komen.

    Als vmbo-bovenbouwlocatie hadden wij een redelijk autonome koers. We zijn op zoek gegaan om beter aan te sluiten bij de toeleverende locaties en bij het onderwijs waar onze leerlingen naar uitstromen. We willen de stap maken "Van afsluiting naar aansluiting". Met dit nieuwe model willen we zichtbaar werken aan onze drie uitgangspunten:

  • het creëren van een realistisch zelfbeeld
  • toenemende zelfstandigheid van de leerlingen
  • verhelderen van het beroepsbeeld

    Verklaring van de wellicht onbekende afkortingen:
    bgi = beroepsgericht intersectoraal
    wlt = werkleertijd

  •  
    Tijden Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag
    8.30-8.45 ne bi ns1   ne
    8.45-9.00  
    9.00-9.15 en lv bi   ec
    9.15-9.30  
    9.30-9.45 wlt wlt wlt   wlt
    9.45-10.00  
    10.00.10.15 kv1
    10.15-10.30 cluster ns1 cluster wi
    10.30-10.45
    Pauze
    11.00-11.15 bgi lo bgi tutor cluster
    11.15-11.30
    11.30-11.45 wi wlt
    11.45-12.00
    12.00-12.15 ns1  
    12.15-12.30  
    Pauze
    13.00-13.15 lv ne ec en  
    13.15-13.30  
    13.30-13.45 wi en wi ne  
    13.45-14.00  
    14.00-14.15 wlt wlt wlt wlt  
    14.15-14.30  
    14.30-14.45  
    14.45-15.00 cluster cluster cluster wi  
    15.00-15.15  
    15.15-15.30 tutor tutor bi    
    15.30-15.45    
     
         

    5. Het GTLib-team

       
    Naam Functie Rol in het project
    (taken, bevoegdheid, verantwoordelijkheid)
    Dhr. R. Boom Docent wiskunde Projectleider schrijf-/ontwikkelgroep
    Dhr. T. Boet Docent economie Lid schrijf-/ontwikkelgroep
    Mw. J. Lange Docent geschiedenis Lid schrijf-/ontwikkelgroep
    Dhr. A. Klomps Docent levensbeschouwing, maatschappijleer Projectleider tutorschap
    Mw. Blikman Coördinator TGL Projectleider TGLplus
    Dhr. H. Middelburg Adjunct-directeur Lid stuurgroep GTLib
      GTLib-team Twents Carmel College  
    Overige betrokkenen zijn de kernteamleden die lessen verzorgen en begeleiden tijdens de werkleertijd binnen TGLplus:
    mw. Lukkien (Engels/Duits), mw. Cantineau (Frans), mw. Otter (economie), dhr. Boet, dhr. Ottenhof (Duits), dhr. Veldhuis (nask1), dhr. Wissink (nask2/biologie)
         
       

    6. Randvoorwaarden

    Voor de invoering van TGLplus hebben we ruim de tijd genomen. Een projectgroep, aangestuurd vanuit de directieraad, heeft (nu anderhalf jaar geleden) de voorstellen neergelegd in een rapportage. Met behulp van deze rapportage is het afdelingsteam aan de slag gegaan. Een stuurgroep met teamleden, coördinator en adjunct-directeur, stuurden het voorbereidende proces. Ieder teamlid maakte deel uit van een deelproject; competentiegericht onderwijs, rapportage, tutorschap of werkleerruimte.

    Voorjaar 2007 is een drietal lokalen omgebouwd naar werkleerruimte. Via inrichting en materiaalgebruik heeft deze ruimte een andere uitstraling dan de "normale" schoolse setting.
    De werkleerruimte kent een drietal "eenheden"; een deel waar een 18-tal computers staan, een deel waar in (kleine) groepen gewerkt kan worden en een deel waar individueel en in stilte gewerkt wordt. De ruimte heeft een ruime zestig werkplekken; vooralsnog plannen we twee groepen van elk 24 leerlingen in deze ruimte.
    Onze mentoren vervullen straks de rol van tutor. Is de mentorrol meer sturend en begeleidend, straks verwachten we dat een tutor meer een ondersteunende begeleider is. Hij begeleidt de leerlingen om zelf de volgende stap te zetten. Met betrekking tot deze nieuwe rol hebben de tutoren een gezamenlijk scholingstraject gevolgd bij een landelijk pedagogisch studiecentrum.

         
         

    7. Faciliteiten/kosten t.b.v. ontwikkeling

    Een vernieuwing als deze ontwikkelen en doorvoeren kost veel geld en veel energie. Ruwweg is er een ruime 2000 uur in de ontwikkelingen gestoken de eerste twee jaar. Hieronder vallen o.a. de facilitering voor de stuurgroepleden en voor de schrijfgroep van het nieuwe vak, extra bijeenkomsten team etc.
    Materiële inzet zal sterk kunnen variëren, is erg afhankelijk van te maken keuzes! Bij ons kostten de verbouwing (drie lokalen werden één werkleerrruimte) en de inrichting een kleine € 100.000. Een tweede ruimte voor het vierde leerjaar moeten nog worden gepland.
    Ons advies is wel neem de tijd, laat alle collega's betrokken zijn en daadwerkelijk participeren in werkgroepen etc. Een zeer regelmatige terugkoppeling naar alle teamleden en het informeren van overige collega’s zijn daarbij een absolute must!

    laatst bijgewerkt op: 26 oktober 2007
    omhoog
    home GTLib